Algemeen wedstrijdreglement BRBF

 

Veranderde en/of nieuwe regels zijn in het rood aangeduid.

Inhoud

Algemeen wedstrijdreglement BRBF.. 1

Inhoud.. 1

A. Algemene bepalingen.. 2

B. Definities. 3

C. Organiseren van wedstrijden.. 4

C1. Recht tot organiseren van wedstrijden. 4

C2. Wedstrijdaanvang, einde en tijdsduur. 4

C3. Inschrijving paren. 5

C4. Inkom dansers. 5

C5. Uitreiking van de bekers. 5

C6. Belgisch Kampioenschap en de Beker van België. 5

C7. Inkom toeschouwers. 6

D. Algemene bepalingen voor wedstrijddansers. 6

D1. Licentierecht 6

D2. Startboekjes. 6

D3. Clubwissel 6

D4. Startverbod. 6

D5. Naleving van het wedstrijdreglement 6

D6. Selectie voor het Belgisch Kampioenschap. 7

D7. Deelname aan buitenlandse kampioenschappen. 7

D8. Puntensysteem.. 7

D9. Ranglijstpunten. 8

D10. Samenstelling van een danspaar. 8

D11. Partnerwissel 8

D12. Verlies van deelnamerecht aan een wedstrijd. 8

D13. Vergoedingen. (Internationaal) 9

D14. Danskledij 9

D15. Verzekering. 9

E. Klassenbepalingen.. 10

E1. Toegang tot de competitieklassen van nieuwe dansparen. 10

E2. Leeftijdsbepaling. 10

E3. Promoveren (algemene voorschriften) 10

F. Praktische organisatie van wedstrijden.. 11

F1. Algemene bepalingen. 11

F2. De vloercommissaris(sen) 11

F3. De Juryleden. 12

F4. Alcoholische dranken. 12

F5. Betwistingen. 12

F6. Aantal dansparen. 12

F7. Muziekkeuze. 13

F8. Dansvloer. 13

F9. Indeling der dansronden. 13

F10. Ex aequo. 13

F11. Jurering. 14

G. De scruteneering (Organisatie van het telbureau) 15

G1. Algemene bepalingen. 15

G2. Samenstelling van het telbureau. 15

G3. Documenten. 15

G4. Gebruik van de documenten. 15

G5. Klasseringmethode in de voorronden. 15

G6. Uitslagen en selectieresultaten. 16

G7. Het finalistenklassement 16

 


A. Algemene bepalingen

1.      De BRBF is lid van de WRRC. Dit houdt in dat alle amateur-dansers evenals alle professionals aangesloten bij de BRBF enkel aan die wedstrijden mogen deelnemen welke toegelaten en georganiseerd worden onder de auspiciën van de BRBF of van de WRRC. De deelname aan alle andere wedstrijden kan bestraft worden met een uitsluiting bepaald door het directiecomité van de BRBF.

2.      BRBF leden en dansers moeten zich onderwerpen aan het wedstrijdreglement en er zich aan houden. Buitenlandse dansers dienen zich aan hun eigen nationaal reglement te houden, wanneer ze bij ons wedstrijden komen dansen. Ongeacht het verschil in tijdsduur en het aantal en/of het niveau van de acrobatieën dat ze daar moeten dansen.

3.      De belangen van de BRBF primeren bij het gebruik en de interpretatie van het wedstrijdreglement. Alle onduidelijkheden en betwistingen worden door het wedstrijd- en het directiecomité besproken en geëvalueerd.

4.      Enkel dansers ingeschreven bij een club of school die lid is van de BRBF en alle buitenlandse paren die dansen onder de WRRC, mogen deelnemen aan wedstrijden georganiseerd door de BRBF. De categorieën Lindy Hop Social, Boogie Woogie Social en de Open ShowDance zijn toegankelijk voor iedereen.

5.      Paren die niet dansen onder de BRBF, mogen niet deelnemen aan de Belgische Kampioenschappen en aan de finale van de Beker van België. Paren die niet ge­selecteerd zijn voor het Belgisch kampioenschap, mogen ook niet deelnemen aan deze kampioenschappen.

6.      Het dansseizoen start op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgend jaar.

7.      De reglementen zijn op de bestuursvergaderingen in de Nederlandstalige ver­sie behandeld. Om vertaalfouten uit te sluiten, primeert daarom de Nederlandstalige ver­sie steeds op een versie in een andere taal.

8.      Het “Algemeen wedstrijdreglement BRBF” geldt zowel voor de Rock, de Boogie-woogie als voor de Lindy-Hop en dit voor alle categorieën. Het “Rock ’n Roll wedstrijdreglement BRBF”, Het “Boogie Woogie wedstrijdreglement BRBF” en het “Lindy-Hop wedstrijdreglement BRBF” zijn een aanvulling op dit reglement, maar kunnen dit ook wijzigen. De specifieke reglementen van een dans of van een categorie hebben altijd voorrang op het meer algemene reglement.

9.      De reglementen volgen de internationale veranderingen en passen zich indien mogelijk aan binnen de drie maanden.

10.    De BRBF heeft een website waar alle officiële gegevens te vinden zijn. www.brbf-fbrb.org.

11.    Met ingang van dit nieuwe reglement vervallen alle oudere reglementen van de BRBF.

12.    Dopingcontroles door nationale en/of internationale organisaties zijn steeds mo­ge­lijk. Dopingregels opgesteld door het IDSF, overgenomen door het WRRC (www.idsf.net/index.tpl?style=doping) en de dopingregels van het Vlaams (www.dopinglijn.be) of het Waals (www.dopage.be) gewest zijn van toepassing. Dansers zijn steeds onderhevig aan de regels opgesteld door het land en/of het gewest waar de wedstrijd plaatsvindt. Controles tijdens wedstrijden, stages en/of trainingen mogen onaangekondigd plaatsvinden.

13.    De financiële rekening is: reknr OO1 1386669 33 op naam van de BRBF FBRB, Lindenallee 13, 4750 Bütgenbach.

 


B. Definities

1.      Amateur-dansers zijn, binnen het kader van het wedstrijdreglement, personen die met hun bedrijvigheid in de danssport geen rechtstreeks financieel voordeel bekomen.

2.      Alle erkende Rock & Roll en Boogie Woogie lesgevers en Buldo lesgevers die hun lidgeld hebben betaald aan de BRBF en stagiairs die zich hebben laten professionaliseren, worden beschouwd als professionelen.

3.      Dansers die tot geen van beide voorgaande behoren, zullen door het directiecomité en het wedstrijdcomité beoordeeld worden of ze al dan niet mogen dansen en in welke categorie.

 


C. Organiseren van wedstrijden

C1. Recht tot organiseren van wedstrijden

a.    Er zijn 4 soorten wedstrijden: grote wedstrijden, Rock ’n roll-wedstrijden, Boogie-Woogie-wedstrijden en Vrije-keuze-wedstrijden.

-      Grote wedstrijden: deze omvatten alle categorieën B.W., Lindy-Hop en Rock ’n Roll.

-      Rock & Roll-wedstrijden: deze omvatten alle categorieën van de Rock ’n Roll.

-      Boogie-Woogie-wedstrijden: deze omvatten alle categorieën van de Boogie-woogie en van de Lindy-Hop.

-      Vrije-keuze-wedstrijden: De organisator kiest zelf hoeveel en welke categorieën op zijn wedstrijd zullen dansen.

b.      Bij het organiseren van een grote wedstrijd, van een vrije-keuze-wedstrijd of van het Belgisch Kampioenschap, mag het Rock 'n Roll gedeelte gemengd worden met het B.W. en Lindy-Hop gedeelte.

c.      Elk aangesloten lid van de BRBF heeft recht een of meerdere preselecties of wedstrijden te or­ganiseren.

d.      Een organisator betaalt een bijdrage van € 100 voor een vrije-keuze-wedstrijd. Voor de andere wedstrijdsoorten moet er geen bijdrage betaald worden.

e.      Niet leden van de BRBF-FBRB betalen een surplus van € 100 om een wedstrijd te mogen organiseren. Ze moeten ook een lid van de BRBF-FBRB zoeken die het peterschap van hun wedstrijd op zich neemt.

f.       Voor de leasing van het scruteneering-programma betaalt de BRBF zelf € 25 aan de ontwerper per wedstrijd.

g.      De betalingen moeten gebeuren ten laatste 1 maand voor de wedstrijddatum op reknr OO1 1386669 33 op naam van de BRBF FBRB, Lindenallée 13, 4750 Bütgenbach. De betaling is verplicht zelfs als de wedstrijd niet doorgaat. In geval van da­tum­ver­an­dering kan slechts overgegaan worden tot terugbetaling indien deze nieuwe datum niet aanvaard kan worden door het directiecomité.

h.      Een club die "buitengewoon lid" is, heeft het recht een wedstrijd onder naam van de BRBF te organiseren, mits zij in orde is met het inschrijvingsgeld. Deze wed­strijd moet plaats vinden volgens de statuten en de reglementen van de BRBF.

i.       De aanvraag om een preselectie te mogen organiseren moet gebeuren aan het hoofd­bestuur van de BRBF en dit voor 1 december. Het hoofdbestuur kan dan na­gaan of de wedstrijd in de wedstrijdkalender past. De wedstrijd die eerst aangevraagd wordt, krijgt steeds voorrang op een later aangevraagde wedstrijd. Andere wedstrijden mogen altijd nog georganiseerd worden.

j.       De uitnodigingen moeten ten laatste 1 maand voor de wedstrijd worden ver­stuurd aan alle leden van de BRBF.

k.      De laatste twee weekends voor het Belgisch kampioenschap zullen er geen preselecties meer georganiseerd worden.

l.       Bij inbreuk op de reglementen door de organisator, heeft het hoofdbestuur de mogelijkheid om de organisator te bestraffen door de wedstrijd te schrappen als preselectie voor het Belgisch kampioenschap of door op die wedstrijd geen punten te verdelen voor ranglijst van de beker van België.

m.     Er mogen maximum 2 wedstrijden per maand georganiseerd worden.

n.      Wedstrijden aangevraagd na 1 december tellen niet mee voor de Belgium Cup en niet preselectie.

 

C2. Wedstrijdaanvang, einde en tijdsduur

a.     op zaterdag:

De wedstrijd start na 10.00 uur ’s morgens.

De prijsuitreiking voor de jeugdcategorieën moet beëindigd zijn vóór 22.00 u.

De prijsuitreiking voor de volwassenen moet beëindigd zijn vóór 24.00 uur.

b.      op zondag:

De wedstrijd start na 10.00 uur 's morgens.

De prijsuitreiking zowel voor de jeugdcategorieën als voor de volwassenen moet beëindigd zijn om 20u00.

c.      De tijdsduur van een grote wedstrijd mag de 7 uren niet overschrijden. (duur = aanvangsuur wedstrijd tot begin van de prijsuitreiking)

d.      Bij een grote wedstrijd mag de tijd tussen het begin van de eerste dansronde van een categorie en het beëindigen van de finale voor die categorie niet meer dan 4 uren bedragen.

e.      De prijsuitreiking mag maximaal 1 uur duren.

f.       Na vrijstelling van een half uur zullen de overschrijding van het einduur (20u00, 22:00 of 24:00) en de overschrijding van de maximale tijdsduur van een wed­strijd (4 of 7 uren) beboet worden met € 25 per overschreden half uur, te betalen aan de BRBF. Beide boetes worden bij elkaar opgeteld.

 

C3. Inschrijving paren

a.     Enkel professionelen mogen hun leerlingen inschrijven voor een BRBF – wed­strijd.

b.    1ste jaar stagiaires mogen, als ze lidgeld betalen, zichzelf en hun beginners in­schrij­ven

c.     2de jaars stagiaires mogen, als ze lidgeld betalen,  zichzelf, hun beginners en de beginners uit hun 1ste jaar inschrijven.

d.    De organisator heeft het recht te eisen dat de inschrijvingen tot maximaal 10 da­gen voor de wedstrijd gemeld worden bij de organisator. Hij is echter vrij deze pe­rio­de zelf te bepalen. Niet ingeschreven is niet dansen.

e.     De organisator moet de dansparen ten laatste 4 dagen voor de wedstrijd doormelden aan ver­antwoordelijke van het telbureau voor die wedstrijd.

f.     Alle paren moeten minstens 20 minuten voor het aangekondigde aanvangsuur in­ge­schreven zijn.

g.    De verantwoordelijke van het telbureau moet maximaal een kwartier voor aan­vang van de eerste dansronde op de hoogte gebracht worden van afwezige paren.

h.     Ingeschreven paren die zonder voorafgaande verwittiging of zonder geldige re­den (medisch bewijs of bewijs van een heerkracht) niet aan de wedstrijd deelnemen moeten toch het verschuldigde inschrijvingsgeld betalen. Ook effectieve leden moeten dan inschrijvingsgeld betalen. De eerste maal krijgt het paar een verwittiging. De afwezigheid wordt vermeld op het verslag van de V.C.. Bij herhaaldelijke ongewettigde afwezigheid en of niet betalen van een verschuldigd inschrijvingsgeld kan de BRBF overgaan tot het verder sanctioneren van het betrokken paar.

i.      Gewoon afmelden kan tot de dag voor de wedstrijd aan de organisator. Afmelden de wedstrijddag zelf kan alleen met ziekenbrief of ingeval van werkelijke overmacht.

 

C4. Inkom dansers

a.     Voor een preselectie en voor het Belgisch Kampioenschap, mag maximaal € 5 per danser gevraagd wor­den. Elke danser van een formatie betaalt € 5. Een danser die in meerdere categorieën danst, betaalt slechts één maal. Betalende leden en hun partners mogen gratis dansen.

 

C5. Uitreiking van de bekers

a.     Een trofee zal alleen aan de eerste drie finalisten van iedere categorie overhandigd worden. De anderen krijgen geen beker. Voor de social-klassen worden er geen plaatsen bepaald en dus geen bekers uitgedeeld, maar een systeem van waardering, medaille of oorkonde: goud, zilver en brons.

 

C6. Belgisch Kampioenschap en de Beker van België

a.     De beker van België en het Belgisch Kampioenschap worden georganiseerd voor alle categorieën behalve voor de social-klassen en Open ShowDance.

b.    Een "Beker van België" wedstrijd geeft aanleiding tot het samenstellen van een klassement dat de "Ranglijst" genoemd wordt. Alleen de eindwinnaar krijgt een beker, die wordt uitgereikt tijdens de laatste wedstrijd van het dansseizoen.

c.     Alle trofeeonkosten voor het Belgische kampioenschap vallen ten laste van de organisator van het kampioenschap. De trofeeën voor de Beker van België worden voorzien en betaald door de BRBF-FBRB.

d.    Alleen de categorieën waarin dansers voldoende preselecties hebben, komen in aanmerking voor de bekeruitreiking van de Belgian Cup.

 

C7. Inkom toeschouwers

a.      Voor een preselectie en het Belgisch Kampioenschap, mag maximaal € 10 per toeschouwer gevraagd wor­den. Betalende leden en hun partners mogen gratis binnen. Vip-plaatsen mogen duurder zijn.

D. Algemene bepalingen voor wedstrijddansers

D1. Licentierecht

Om een Belgische licentie te krijgen, moet men voldoen aan de volgende voorwaarden:

a.     Ingeschreven zijn in een club of school die lid is van de BRBF. De nationaliteit of woonplaats van de dansers heeft geen belang.

b.    Een geldig startboekje bezitten, behalve de paren uit een Social-klasse en de Open ShowDance.

c.     Elke danser, behalve de dansers uit een Social-klasse en de Open ShowDance, moet aan de BRBF € 5 licentierecht per jaar betalen. Deze licentie wordt vermeldt in het startboekje van elk danspaar. Er moet slecht 1 maal betaald worden. De licentie is geldig voor alle categorieën waarin de danser wil aantreden. Het startboekje met de geldige licentie moet getoond worden aan de verantwoordelijke voor de startboekjes voor de aanvang van de wedstrijd.

 

D2. Startboekjes

a.     Startboekjes kosten € 5 per danspaar, team of formatie en mogen enkel aangevraagd worden door de dans­leraar, de instructeur of de erkende afgevaardigde van de BRBF die met zijn lid­geld in orde is. Ze moeten vooraf aangevraagd met volgende gegevens: naam club of school, wedstrijdklasse, foto.

b.    Nieuwe dansers moeten een kopij van hun paspoort afgeven aan de startboekverantwoordelijke, zo­dat deze de gegevens correct kan overnemen.

c.     Op alle wedstrijden moet het startboekje voor de aanvang van de wedstrijd aan de verantwoordelijke afgegeven worden.

d.    Alleen de verantwoordelijke voor de startboekjes, aangeduid door het wedstrijdcomité, en de bestuursleden van de BRBF, mogen de gegevens in het startboekje aanpassen.

 

D3. Clubwissel

a.     Elk paar kan enkel voor die club of die school en in die categorie dansen zoals vermeld in het startboekje.

b.    Een paar kan van club of leraar veranderen na het B.K. en uiterlijk tot 31 oktober van het lopende jaar, door middel van de officiële formulieren.

c.     Als beide leraars (de vorige en de huidige) tot een akkoord komen, mag een club­wissel ook tijdens het seizoen plaatsvinden.

d.    Als een paar, een danser of een danseres een volledig dansseizoen niet heeft deel­genomen aan nationale of internationale wedstrijden, kan hij/zij naar een andere club overgaan zonder de gebruikelijke formaliteiten.

e.     Bij een clubwissel  blijven de behaalde promotiepunten  van een paar geldig.

 

D4. Startverbod

a.     Personen die zich onsportief, onbeleefd of onwelvoeglijk gedragen of zich niet aan de reglementen houden, kunnen hiervoor gestraft worden met startverbod of uit­sluiting. De eventuele verdere sancties worden besproken door het bestuur.

 

D5. Naleving van het wedstrijdreglement

a.     Een paar dat zich niet houdt aan het wedstrijdreglement kan worden verwezen naar de laatste plaats van de gedanste ronde en voor verdere deelname aan die wedstrijd uitgesloten worden. Het paar in kwestie krijgt dan geen punten voor die ronde. Punten van eventuele vorige ronden blijven behouden.

b.    Een paar wordt evenwel één maal gewaarschuwd (= gele kaart) door de vloercommissaris alvorens gesanctioneerd te worden behalve tijdens het BeNeLux kampioenschap en op het BK. Dan volgt onmiddellijk de rode kaart.

c.     Een paar dat tijdens een vorige wedstrijd reeds gewaarschuwd was voor een fout, wordt onmiddellijk naar de laatste plaats van die ronde verwezen (= rode kaart).

d.    Fouten:         - Foute snelheid van eigen muziek: gele kaart (rood op BK en BeNeLux)

- Lengte van danstijd: gele kaart (rood op BK en BeNeLux)

- Niet toegestane acro’s van een hoger niveau: gele kaart + 0 op die acro (acro moet aangepast zijn bij de volgende dansronde)

- Acro van een lagere categorie: 0 op die acro (maar geen verdere sanctie)  de vloercommissaris verwittigt de juryleden.

- Foutief aantal acro’s: gele kaart (rood op BK en BeNeLux)

- Kleding fout: gele kaart

 

2 x geel = rood.

Geel blijft 1 gedanste wedstrijd staan, maar vervalt wel op het einde van het seizoen.

 

D6. Selectie voor het Belgisch Kampioenschap

a.     Om aan het B.K. te mogen deelnemen zijn er een aantal preselecties vereist. Het minimum aantal preselecties is afhankelijk van het aantal wedstrijden voor die categorie.

b.    Het minimum aantal preselecties vereist voor het B.K. wordt bepaald op 1 december en voor alle categorieën apart:

 

      1 of 2 georganiseerde preselecties:                            1 deelname

      3 of 4 georganiseerde preselecties:                            2 deelnames

      5 of 6 georganiseerde preselecties:                            3 deelnames

      7 of 8 georganiseerde preselecties:                            4 deelnames

      9 of 10 georganiseerde preselecties:                          5 deelnames

      11 of meer georganiseerde preselecties:                     6 deelnames

c.     Tijdens de preselectie van de formaties moeten ze minimum 4 paren tellen.

d.    Een buitenlandse wedstrijd telt niet mee als preselectie, behalve als hij plaatsvindt op éénzelfde weekend als een preselectie in eigen land. Er worden geen pro­motie en/of ranglijstpunten gegeven.

e.     Een kampioenschap telt niet mee als preselectie.

f.     Voor Rock & Roll Teams is 1 gedanste preselectie voldoende.

 

D7. Deelname aan buitenlandse kampioenschappen

a.     Alleen de internationaal technisch verantwoordelijke mag paren of formaties inschrijven voor deelname aan internationale wedstrijden. (niet voor internatonale uitnodigingswedstrijden)

b.    De selectie gebeurt door middel van een ranglijst.

c.     De ranglijst wordt opgesteld a rato van het punten aantal van de "Belgische Beker" van het voorbije seizoen. Er wordt echter steeds voorrang verleend aan de Belgische Kampioen.

d.    Paren of formaties die niet zijn opgenomen in de ranglijst van het voorbije seizoen, mogen toch aan buitenlandse kampioenschappen en cup wedstrijden deelnemen, als er een plaats van een geselecteerd paar (of formatie) is vrijgekomen.

e.     Paren die zich niet afmelden voor een internationale wedstrijd, worden geschorst voor de eerst volgende nationale wedstrijd. Voor Boogie-Woogie en Lindy Hop afmelden bij Maic Limburg maic.limburg@skynet.be GSM: 0032 474 66 40 10 en voor Rock ’n Roll bij Wim Wouters, wimacrorock@hotmail.com GSM: 0032 486 69 51 53.

 

D8. Puntensysteem

a.     De promotiepunten en ranglijstpunten worden toegekend naargelang het resultaat en het aantal deelnemende paren in de desbetreffende klassen.

b.    De toegepaste principes worden bij elkaar opgeteld.

c.     1ste principe: De paren krijgen evenveel punten als het aantal paren dat zij verslagen hebben.

Voorbeeld; 4 deelnemende paren:

De 4de krijgt 0 punt

De 3de krijgt 1 punt (1 paar verslagen)

De 2de krijgt 2 punten (2 paren verslagen)

De 1ste  krijgt 3 punten (3 paren verslagen)

d.    2de principe: Alle paren krijgen evenveel punten als het aantal rondes dat zij hebben gedanst. (Herkansingen worden niet als wer­ke­lij­ke ronden erkend.)

Voorbeeld; 10 deelnemende paren

De 7de, 8ste, 9de en 10de krijgen 1 punt voor de ½ finale. (1 ronde gedanst)

De 6de in ½ finale krijgt: 1 punt voor de ½ (1 ronde gedanst)

De 6de in finale krijgt  1 punt voor de ½ finale + 1 punt voor de finale (2 rondes gedanst)

De 1ste krijgt 1 punt voor de ½ finale + 1 punt voor de finale (2 rondes gedanst)

e.     3de principe: de winnaar krijgt 1 bonus punt.

f.     4de principe: Het Belgisch Kampioenschap en een eventuele finale van de Beker van België tellen voor de punten als een gewone wedstrijd.

g.    Paren ingeschreven bij een buitenlandse club krijgen geen punten. Ze tellen wel mee bij het aantal deelnemende paren.

 

D9. Ranglijstpunten

a.     De resultaten van alle erkende wedstrijden tellen mee.

b.    De punten van de ranglijst worden berekend op dezelfde manier als de pro­mo­tie­pun­ten.

 

D10. Samenstelling van een danspaar

a.     Een wedstrijddanser mag zich nooit inschrijven met meerdere partners in éénzelfde discipline. Hij of zij mag evenwel een verschillende partner hebben voor de R 'n R, de BW, de Lindy Hop en voor de formaties.

b.    Paren van hetzelfde geslacht worden toegelaten in alle categorieën. Deze paren mogen echter alleen nationale wedstrijden dansen.

 

D11. Partnerwissel

a.     De “Topcategorie” van een danser is de hoogste categorie waarin die danser ooit ge­danst heeft.

b.    De “Topcategorie” blijft altijd gelden als de hoogste categorie. Zelfs als deze dan­ser door een partnerwissel in een lagere categorie mag starten, blijft de “Topcategorie” behouden. Na 5 seizoenen inactiviteit kan de “Topcategorie” 1 categorie zakken.

c.     De “Topcategorie” mag op verzoek van de danser verhoogd worden indien het mi­nimum aantal promotiepunten reeds bereikt was.

d.    Als beide dansers van het nieuwe paar in dezelfde “Topcategorie” hebben, moet het nieuwe paar starten in die categorie.

e.     Indien het klassenverschil van de “Topcategorie” van het nieuwe paar één categorie is, dan mag het paar starten in één van beide categorieën.

f.     Indien het klassenverschil van de “Topcategorie” van het nieuwe paar meer dan één categorie bedraagt, moet het één categorie lager starten dan de hoogste ca­te­gorie waarin een van beiden ooit gedanst heeft. Een danser of danseres mag maximaal 1 categorie lager dansen dan de hoogste categorie waarin hij/zij ooit ge­danst heeft.

 

D12. Verlies van deelnamerecht aan een wedstrijd

a.     Wanneer een paar de dansvloer vroegtijdig verlaat krijgt het een gele kaart. Als het niet komt opdagen na de 2de afroep van zijn rugnummer, wordt het voor verdere deelname aan de wedstrijd uitgesloten.

b.    Ingeval van bewezen gebruik van drugs of ingeval van alcoholmisbruik.

c.     Ingeval van ongedisciplineerd gedrag dat schadelijk is voor de BRBF.

d.    Het paar wordt dan automatisch verwezen naar de laatste plaats van de ronde waarin de onderbreking heeft plaats gehad. Het wordt niet opgenomen in het klas­sement van die ronde en verliest zo ook de punten voor die ronde.

e.     De antidoping code bepaalt de procedures in geval van misbruik van drugs of van dopingproducten.

 

D13. Vergoedingen. (Internationaal)

a.     Er wordt GEEN verplaatsingsvergoeding gegeven aan de paren die in buitenland gaan dansen. Voor eventuele vergoedingen kan men zich wenden tot het dansercomité.

 

D14. Danskledij

a.     De finalisten zijn verplicht in danskledij of clubuitrusting hun prijs af te halen.

b.    Het dragen van de training van de BRBF is strikt verboden tijdens de nationale wedstrijden.

c.     De dansers mogen geen kledingstukken noch attributen op de dansvloer gooien tijdens hun prestatie. Dit kan een onmiddellijke uitsluiting als gevolg hebben of een verwijzing naar de laatste plaats van de betreffende dansronde waaraan zij deelnamen.

d.    De enige uitzondering is het gebruik van de mascottes. Mascottes mogen tussen het afroepen van het rugnummer en het begin van het dansen op de dansvloer geplaatst worden.

e.     In rock ‘n’ roll categorieën mogen geen accessoires noch speciale effecten gebruikt worden.

 

D15. Verzekering

a.     Ieder danspaar of club moet zijn eigen ongevallen verzekering afsluiten. Noch de organisator, noch de BRBF-FBRB kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor om het even welk sportongeval.

 


E. Klassenbepalingen

E1. Toegang tot de competitieklassen van nieuwe dansparen

a.     De verantwoordelijke dansleraar bepaalt zelf de categorie waarin zijn paren aanvangen. Hierbij moeten de leeftijdsregels gerespecteerd worden.

b.    Als 1 lid van een nieuw danspaar ervaring heeft in een categorie hoger dan de B-categorie van een discipline, mag dit paar niet aanvangen in de debutantencategorie van deze discipline.

 

E2. Leeftijdsbepaling

a.     De leeftijd waar rekening mee wordt gehouden is diegene die bereikt wordt op 31 december van het lopende jaar.

 

E3. Promoveren (algemene voorschriften)

a.     De winnaar van het kampioenschap en de winnaar van de Beker van België moeten promoveren, als ook de toegelaten leeftijd bereikt is.

b.    Indien een danspaar het maximum aantal promotiepunten behaald heeft, moet het promoveren bij aanvang van het nieuwe seizoen, voor zover hun leeftijden het toelaten.

c.     De verantwoordelijke dansleraar bepaalt zelf of zijn paren sneller mogen stijgen of niet

d.    Bij moeilijkheden tussen de leeftijdsgrenzen en de promotiepunten, is het de leeftijdsgrens die de klasse bepaalt.

 

 


F. Praktische organisatie van wedstrijden

F1. Algemene bepalingen

a.     De inrichter staat in voor de praktische organisatie en draagt alle kosten.

b.    Noch de inrichters noch de BRBF zijn verantwoordelijk voor gebeurlijke sportongevallen tijdens de wedstrijd. Elke danser moet zichzelf verzekeren, eventueel via zijn club of dansschool. De aanwezigheid van het Rode Kruis of van een gelijkwaardige organisatie, is voor elk wedstrijd verplicht. Deze medische verantwoordelijke mag deelnemers uitsluiten van verdere deelname aan de wedstrijd.

c.     De organisator moet een geschikte ruimte, groot en hoog genoeg zoals voorzien in de specifieke reglementen van iedere deelnemende categorie, voor de opwarming van de paren en formatieteams voorzien. Bij ontstentenis hiervan moet hij de paren gelegenheid geven in te dansen op de wedstrijdvloer. De vloercommissaris bepaalt de minimum tijdsduur van dit in dansen.

d.    De presentatie van een wedstrijd moet in het Nederlands en in het Frans gebeuren.

e.     De organisator zorgt ervoor dat ieder danspaar zijn passend rugnummer krijgt.

f.     Alle officials (vloercommissarissen, juryleden, telbureau, assistent telbureau en startboek­ver­ant­woor­de­lijke) worden € 50 voor een wedstrijd, ook voor het Belgisch kampioenschap. Per half uur tijdsoverschrijding moet er € 5 boete bij betaald worden. De vloercommissaris bepaald de duur van de wedstrijd. (duur = aanvangsuur wedstrijd tot begin van de prijsuitreiking) De officials moeten betaald worden voor het begin van de prijsuitreiking.

g.    Voor de juryleden moet er voldoende doorgang gewaarborgd worden rond de dans­vloer en ze zetelen op minimaal 2 meter van elkaar.

h.     Bij het Belgisch kampioenschap moet er minstens een kleine maaltijd voorzien worden voor alle officials en voor alle ereleden. Deze maaltijd wordt betaald door de organisator.

 

F2. De vloercommissaris(sen)

a.     Iedere wedstrijd wordt gecontroleerd door een of meerdere vloercommissaris(sen) die aangeduid wordt door het BRBF-bestuur. Hij/zij houdt toezicht of de dansparen en de organisator zich aan het wedstrijdreglement houden. De organisator mag de aangeduide vloercommissaris niet weigeren.

b.    De V.C. moet de paren op de dansvloer plaatsen in dezelfde orde als de nummers op de jurybladen. Deze plaatsing is niet meer van laag naar hoog, maar wordt willekeurig door de computer bepaald.

c.     De V.C. gaat na of het reglement van de BRBF wordt nageleefd.

d.    De beslissingen van de V.C. zijn onherroepelijk. Een beslissing die niet steunt op een reglement mag alleen plaatsvinden als ze het goede verloop van de wedstrijd bevordert en wordt steeds als eenmalig beschouwd.

e.     De paren van categorieën die in de finale op eigen muziek dansen overhandigen bij de inschrijving hun muziek aan de organisator. De organisator stelt deze muziek dan ter controle ter beschikking van de V.C. De paren zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen muziek voor wat de tijdsduur en de snelheid betreft. Indien de muziek afwijkt van de opgelegde normen, heeft de V.C. het recht het paar op muziek van de organisator te laten dansen.

f.     De V.C. moet de tijdsduur en de snelheid van de eigen muziek van de dansparen controleren vóór de betreffende ronde aanvangt.

g.    De V.C. controleert de tijdsduur van de dansprogramma's, het aantal en categorie der acrobatieën, alsmede de eventuele toelaatbaarheid van verheven figuren. Op muziek van de organisator is de danstijd de tijd tussen de eerste dansbeweging en de laatste van een paar. Op eigen muziek is de danstijd de tijd tussen de eerst noot van de muziek en de laatste.

h.     De inrichting (breedte, lengte, hoogte en toestand) van de dansvloer moet gecontroleerd worden door de vloercommissaris die op ieder ogenblik, als hij of zij dat noodzakelijk vindt zal optreden.

i.      Het Belgisch kampioenschap staat onder toezicht van 2 vloercommissarissen. 1 voor de muziek een 1 op de vloer.

j.      De V.C. mag tussen komen bij de organisator en eventueel de wedstrijd onderbreken tot aan zijn eisen is voldaan.

k.     De V.C. mag actieve deelnemers en officials uitsluiten van de wedstrijd in geval van fouten tegen de reglementering of in geval van onwelvoeglijk gedrag die de BRBF schaadt.

l.      De V.C. bepaalt de punten aftrek als de regels van de dansende categorie niet nageleefd worden.

m.   De V.C. moet de juryleden duidelijk maken dat een acrobatie van lagere categorie die gedanst wordt in een hogere categorie, met 0 moet beoordeeld worden.

n.     De V.C. controleert de aanwezigheid en de juiste plaatsing van de juryleden.

o.    De V.C. stelt een verslag op dat wordt gepubliceerd op de website.

 

F3. De Juryleden

a.     Een jurylid mag geen andere functie uitoefenen tijdens de wedstrijd.

b.    De juryleden moeten de beslissingen van de vloercommissaris aanvaarden.

c.     Bij grote wedstrijden, Rock ’n Roll-wedstrijden en Vrije-keuze-wedstrijden moet iedere preselectie gejureerd worden door een oneven aantal officiële juryleden met een minimum van 5 en maximaal 7. Bij Boogie-Woogie-wedstrijden moeten er steeds minstens 3 officiële juryleden, aangevuld met maximaal 2 andere juryleden, aanwezig zijn.

d.    De officiële juryleden worden gekozen uit de lijst der erkende juryleden opgesteld door de BRBF en uit officiële juryleden van andere landen aangesloten bij het WRRC. De Belgische jurynaamlijst is steeds te vinden op de website (www.brbf-fbrb.org).

e.     Het Belgisch Kampioenschap moet gejureerd worden door 7 officiële Belgische juryleden of officiële WRRC-juryleden uit andere landen.

f.     De plaatsen en de motiveringen van de open jureringen moeten terug te vinden zijn op de jury formulieren.

g.    Indien de organisator een vaste plaats voor de juryleden voorziet; dan moet deze in­richting zich recht tegenover de dansparen bevinden.

h.     Een jurydanser mag alleen zijn eigen categorie jureren op wedstrijden die hij zelf niet danst. Hij/Zij moet kiezen: of jureren of dansen. Door het jureren van één wedstrijd van zijn eigen categorie, ontzegt hij/zij zich het recht tot deelname aan de Beker van België van dat seizoen. Hij/Zij ontvangt geen ranglijstpunten meer. Hij/Zij mag indien hij kampioen van België is, België wel vertegenwoordigen op internationale wedstrijden of als andere ge­se­lec­teerde paren niet gaan.

i.      Indien een jurylid bij het begin van een wedstrijd niet present is, wordt deze vervangen door een jurylid dat aanwezig is in de zaal.

j.      Een jurylid mag niet alle wedstrijden jureren. Het aantal wedstrijden dat gejureerd mag worden gedurende één seizoen door één jurylid wordt door wedstrijdcomité en het directiecomité bepaald.

k.     Om de jurylicentie te behouden in een dans is het noodzakelijk dat het jurylid een minimum aantal wedstrijden, te bepalen door wedstrijdcomité en het di­rec­tie­co­mi­té, bijwoonde tijdens het lopende seizoen. Ze moeten ook minstens om de twee jaar een opfrissingcursus, georganiseerd door het BRBF of het WRRC volgen.

l.      Er mag slechts één jurylid van eenzelfde club aangeduid worden. Alleen als er geen andere juryleden beschikbaar zijn, mag hierop een uitzondering gemaakt worden, maar nooit meer dan 2 juryleden van eenzelfde club.

m.   Tijdens een dansronde mogen de juryleden niet gewisseld worden. Het eventuele wisselen moet gebeuren tussen de dansronden.

 

F4. Alcoholische dranken

a.     Alle drankmisbruik door officials (jury, vloercommissaris, wedstrijdleiding, pre­sen­tator, scruteneer, startboekverantwoordelijke, DJ, …) zal streng bestraft worden.

 

F5. Betwistingen

a.     Betwistingen tijdens de competitiedag, moeten door de leraar of de club­ver­ant­woor­delijke voorgelegd worden aan de vloercommissaris onmiddellijk na de betreffende ronde.

b.    Wedstrijddeelnemers mogen ook binnen de 14 dagen klacht indienen tegen wed­strijd­beslissingen. De klacht moet gericht worden aan het bestuur van de BRBF dat de uiteindelijke beslissing neemt.

 

F6. Aantal dansparen

a.     Behalve in de social-klassen en in de debutantenklassen, dansen er steeds maximum 2 dansparen in één reeks.

b.    De paren die op hun eigen muziek dansen, dansen steeds alleen.

c.     De debutantenklassen mogen niet alleen dansen, behalve als er slechts één deel­nemend paar in die categorie is. Bij een oneven aantal deelnemers aan een be­paalde ronde, wordt de laatste doorgang gedanst door 3 paren tegelijkertijd.

d.    De paren uit de social-klassen dansen indien mogelijk met 3 paren per reeks. Ook mogen zij niet alleen of per twee dansen, behalve als er slechts één, twee of vijf deelnemend paren in die categorie zijn. Het maximum aantal paren voor de social-klassen is 5.

 

F7. Muziekkeuze

a.     De formaties dansen steeds op hun eigen gekozen muziek.

b.    De paren en formaties die op eigen muziek dansen, moeten deze muziek afgeven bij de inschrijving. Ten laatste 1O minuten voor de aanvang van de wedstrijd moet de organisator in het bezit zijn van de muziek van de paren en de formaties die op eigen muziek dansen.

c.     Bij de categorieën die niet op eigen muziek dansen, staat de organisator in voor de muziek. Hij moet zelf vooraf snelheid en duur controleren.

d.    Tijdens de voor- en tussenronden mogen per klasse drie muziekstukken genomen worden. Deze muziekstukken moeten ongeveer identiek en even snel zijn.

e.     Voor de 1/2 finales zijn 2 muziekstukken met hetzelfde tempo per categorie toegelaten.

f.     Voor de finale van ronden waarin de paren geen muziekkeuze hebben en niet op eigen muziek dansen, zal de organisator dezelfde muziek gebruiken voor alle koppels.

g.    De organisator zorgt voor reservemuziek voor alle ronden. Ook voor de categorieën die op eigen muziek dansen.

 

F8. Dansvloer

a.     De vrije dansruimte moet minstens 30 vierkante meter groot zijn voor één danspaar, waarbij geen zijde korter mag zijn dan 5 meter. Per bijkomend danspaar moet men hier nog 10 vierkante meter toevoegen.

b.    Als er ook een formatiewedstrijd doorgaat dient die vrije dansruimte minimum 8 meter op 9 meter te zijn.

c.     Indien de dansvloer zich op een verhoog bevindt, moet er nog een veiligheidsboord van 1m worden bijgeteld.

d.    Indien de dansvloer niet voldoet aan de vastgelegde afmetingen, beslissen de betrokken dansparen unaniem over het al dan niet laten starten van de betrokken categorieën.

e.     Voor het BK moet de vloer minstens 10 x 10 m bedragen.

 

F9. Indeling der dansronden

a.     Elk paar moet tussen elke ronde minstens 1O min. rustpauze hebben.

b.    Iedere dansbeurt moet zonder onderbreking verlopen. Als in de eerste doorgang van een dansronde iets fout wordt bemerkt, moet de dansronde stilgelegd worden om aan deze en aan de voorgaande regel te kunnen voldoen.

c.     De BRBF streeft ernaar om elk danspaar  minimaal 2 maal te laten dansen.

d.    Als er 6 of minder paren in een categorie zijn, wordt er een general look van 1 min. 30 gedanst op muziek die geschikt is voor de finale.

e.     Categorieën met meerdere gewaardeerde en gejureerde passages in de finales dansen geen general Looks meer.

f.     Iedere formatie beschikt over 3 minuten (met of zonder muziek) om proef te dansen. Bij 6 of minder formaties is dit de General look.

g.    De organisator kan geen extra herkansingsronden vragen.

 

F10. Ex aequo.

a.     Bij ex aequo zullen de paren dansen op de muziek van hun laatste ronde. De paren die op eigen muziek dansten, zullen één minuut dansen op muziek gekozen door de organisator.

b.    Formaties die ex aequo geplaatst zijn in de finale dansen afzonderlijk opnieuw ge­durende 1 min. op hun eigen muziek. De intro wordt niet in aanmerking genomen.

c.     Ex aequo paren dansen gelijk. Er mogen maximaal 3 paren te gelijkertijd dansen. Bij een ex aequo van meer dan 3 paren, wordt de ex aequo-ronde opgedeeld in meerdere doorgangen.

 

F11. Jurering

a.     De jurering past zich steeds binnen de 3 maanden aan de internationale reglementering aan.

 


G. De scruteneering (Organisatie van het telbureau)

G1. Algemene bepalingen

a.     De inrichter staat in voor de praktische organisatie en draagt alle kosten.

 

G2. Samenstelling van het telbureau

a.     Het telbureau wordt beheerd  door tenminste  één erkende BRBF scruteneer uit de lijst van de scruteneers, die zal toegevoegd worden aan de jurylijst.

b.    Het normale verloop van de wedstrijd wordt geregeld door het computerprogramma van de BRBF en is gebonden aan de reglementen van de BRBF en het WRRC.

c.     Ingeval van mechanisch defect moet de scruteneer in staat zijn het verloop van de wedstrijd handmatig te berekenen.

d.    Het telbureau wordt steeds bijgestaan door een persoon die de jurypapieren ophaalt, de juistheid van de ingegeven resultaten helpt controleren en de wedstrijduitslagen uithangt. Deze assistent komt ook uit de lijst van scruteneers of een stagiaire ervan.

e.     Om erkend te worden als scruteneer, moet men een cursus bij de BRBF volgen en stage lopen tijdens minstens 2 Belgische wedstrijden en een praktisch examen afleggen.

 

G3. Documenten

a.     Enkel de officiële documenten van de BRBF mogen gebruikt worden.

b.    De kostprijs van deze documenten valt ten laste van de BRBF.

c.     Deze documenten worden regelmatig aangepast in functie van de evolutie van de internationale reglementen.

 

G4. Gebruik van de documenten

a.     Op de bladen voor de jury, de vloercommissaris en de presentator moeten de aard van de wedstrijdronde alsmede de rugnummers van de paren per dansreeks vermeld worden. In geval van general look zal geen juryblad verdeeld worden.

b.    Op de jurybladen voor de voorronden moet eveneens het aantal te selecteren paren (aantal kruisjes of 1/2 kruisjes) vermeld worden.

c.     Het gevraagde aantal kruisjes voor een achtste en voor een kwartfinale moet gelijk zijn aan de helft van het aantal deelnemende paren. Bij een oneven aantal paren wordt het aantal kruisjes naar beneden afgerond.

d.    Het gevraagde aantal kruisjes voor een halve finale is gelijk aan de helft van het aantal deelnemende paren. Het gevraagde aantal halve kruisjes voor een halve finale is gelijk aan een vierde van het aantal deelnemende paren. Bij een oneven aantal paren wordt deze aantallen kruisjes en halve kruisjes naar beneden afgerond.

 

G5. Klasseringmethode in de voorronden

a.     Er worden alleen herkansingen gedanst door categorieën waarbij de 1ste voorronde en de finale niet bestaan uit meerdere gejureerde passages.

b.    Bij categorieën die een herkansingsronde mogen dansen, veranderen de namen van de voorronden. Bij minder dan 24 deelnemende paren wordt de ½ finale, ¼ finale genoemd en de herkansing wordt de ½ finale. Bij een groter aantal deelnemers wordt de ¼ finale 1/8 finale genoemd en de daaropvolgende herkansing ¼ finale.

c.     De eerst te dansen ronde is afhankelijk van het aantal deelnemende paren en van de categorie.

       Aantalparen                    met herkansingen                        zonder herkansingen

       +40                                1/16 finale                                   1/8 finale

       24 – 40                           1/8 finale                                    ¼ finale

       7 – 23                             ¼ finale                                      ½ finale

       1 – 6                               General Look                              directe finale        

d.    De dansparen worden in de voorronden geklasseerd a rato van het aantal kruisjes dat zij gekregen hebben van de juryleden. Zij met de meeste kruisjes worden doorgestuurd voor de volgende ronde.

e.     Om paren met een gelijk aantal kruisjes in de halve finale te verdelen zal ook het aantal halve kruisjes in rekening gebracht worden.

f.     Er wordt steeds getracht het maximaal toegelaten aantal dansers naar de volgende ronde door te plaatsen.

g.    Bij categorieën die een herkansingsronde mogen dansen, worden getracht om de helft van het maximaal toegelaten aantal dansers rechtstreeks door te plaatsen naar de volgende ronde. De andere helft kan zich plaatsen via de herkansingen.

h.     Ex aequo ronden worden alleen gedanst bij gelijkheid in de finales of bij een gelijkheid in de halve finales waarbij er meer dan 6 paren zouden doorgaan naar de finale.

i.      Bij een ex aequo tijdens de voorronden, wordt het aantal geplaatste paren verminderd tot er geen gelijkheid meer is.

j.      Bij 11 of minder deelnemende paren dansen er 5 paren in de finale. Alleen ingeval van een ex aequo van 2 paren voor de 5de plaats, mogen er 6 naar de finale.

k.     Bij 12 of meer deelnemende paren dansen er steeds 6 paren in de finale.

 

G6. Uitslagen en selectieresultaten

a.     Het bekendmaken van de resultaten van de voor- en tussenronden en van de geselecteerde paren voor de volgende ronde moet zo vlug mogelijk geschieden.

b.    Voor categorieën die bestaan uit meerdere passages zullen de resultaten bekend gemaakt worden voor elke passage afzonderlijk alsook de einduitslag.

c.     De resultaten van de finales worden pas na de prijsuitreiking opgehangen. Na een eventuele openjurering kunnen de resultaten onmiddellijk uitgehangen worden.

d.    De finaleplaatsen blijven geheim tot voor de proclamatie. De startboekjes van de finalisten mogen dus niet voor de proclamatie uitgedeeld worden. Voor het bekend maken van de resultaten moeten de finalisten met naam vermeld worden op het resultatenblad.

e.     Als meerdere paren die tijdens de voorronde zich niet geplaatst hebben voor een volgende ronde of een ex aequo-ronde, dezelfde waarderingen gekregen hebben van de juryleden, delen zij de plaats. Twee paren gelijk voor de 8ste plaats, krijgen beiden de 8ste plaats. Drie paren gelijk voor de 8ste plaats, krijgen alle drie de 9de plaats. (8+9+10) / 3 = 9

f.     Een eventuele openjurering moet plaats vinden onmiddellijk na het dansen van de ronde.

 

G7. Het finalistenklassement

a.     Het toekennen van de finaleplaatsen geschiedt volgens de regels van het skating-systeem opgesteld door de "Official Board of Ballroom Dancing" en toegepast door de WRRC.

b.    Voor categorieën die bestaan uit meerdere passages zal voor iedere passage een afzonderlijk klassement opgesteld worden.

c.     De berekening van de resultaten van de dansen gebeurt steeds volgens de reglementen van het WRRC. Ingeval van veranderingen zal het systeem aangepast worden binnen 3 maanden.

d.    Paren die dezelfde plaats behalen zullen geselecteerd worden d.m.v. een ex aequo dans.

e.     Bij blijvende ex aequo zullen de plaatsen verdeeld worden.