Dit reglement is een aanvulling op het “Algemeen wedstrijdreglement BRBF”. Alle
regels die daarin beschreven worden en die in het “Rock ‘n Roll wedstrijdreglement BRBF” niet weerlegd worden, blijven
van toepassing.
Het “Rock ’n Roll wedstrijdreglement BRBF”
geldt voor alle categorieën van de Rock ’n Roll. De specifieke reglementen van
een categorie zijn een aanvulling op dit reglement, maar kunnen dit ook
wijzigen en hebben altijd voorrang op het meer algemene reglement.
Dit reglement
is op de bestuursvergadering in de Nederlandstalige versie behandeld. Om
vertaalfouten uit te sluiten, primeert daarom de Nederlandstalige versie
steeds op een versie in een andere taal.
Rock ‘n Roll wedstrijdreglement BRBF.. 1
Inhoud.. 1
A. Praktische organisatie van wedstrijden.. 2
A1. Muziekkeuze. 2
A2. Dansvloer. 2
A3. Indeling der dansronden. 2
A4. Ex aequo. 2
A5. Jurering. 2
B. Klassenbepalingen.. 3
B1. Toegang tot de
competitieklassen. 3
B2. Junioren debutanten. 3
B3. Youth. 3
B4. Junioren. 3
B5. Artistiek. 5
B6. D-klasse. 5
B7. C-klasse. 5
B8. B-klasse. 6
B9. A-klasse. 6
B10. Formaties. 6
B11. Teams. 7
B12. Senioren. 7
C. Figurenbegrenzing en beschrijving.. 8
C1. Voettechniek / passenspel in
Rock 'n Roll 8
C2. Open bewegingen. 8
C3. Halfacrobatie: 4 criteria. 8
C4. Acrobatiek. 8
C5. Accessoires. 8
D. Lijst acrobatieën.. 9
D1. ACROBATIES "D"
(eveneens C-acro’s, geen combinaties) 9
D2. ACROBATIES "C". 9
D3. ACROBATIES "B". 10
D4. ACROBATIES "A". 10
a.
In de Rock 'n Roll
dansen A en B paren, youth, junioren en paren van de Artistiek, in de finale op
hun eigen gekozen muziek.
b.
Formaties, teams
en paren van de Artistiek A dansen steeds op eigen muziek. Als ze ex aequo
geplaatst zijn, dansen ze afzonderlijk opnieuw gedurende 1 min. op hun eigen
muziek. De intro wordt niet in aanmerking genomen.
c.
In de A-klasse
dansen de paren de voettechniek in de eerste vooronde steeds op eigen muziek.
a. De minimumhoogte voor de A-klasse bedraagt 5 meter en 5 meter voor de B-klasse.
a.
Voor de A-klasse
en de B-klasse zijn er geen general Looks meer.
b.
In de A-klasse en
de B-klasse wordt in de eerste voorronde en in de finales steeds eerst een ronde
voettechniek en dan een ronde acro gedanst. In de tussenronden wordt er enkel
acro gedanst.
c.
Bij de
herkansingen wordt enkel een acro-ronde gedanst.
d.
De voettechniek
moet voor de acro-ronden gedanst worden.
a.
Paren die ex aequo
geplaatst zijn in de finale dansen samen opnieuw gedurende 1 min. op een door
de organisator gekozen muziek.
b.
R 'n R paren
dansen enkel hun acro ronde in ex aequo opnieuw (1min).
c.
Formaties en paren
van de Artistiek, die ex aequo geplaatst zijn, dansen afzonderlijk opnieuw gedurende
1 min. op hun eigen muziek. De intro wordt niet in aanmerking genomen.
a.
Bij de A-klasse en
de B-klasse worden om het eindresultaat van de finales te berekenen, op het
eindresultaat van de voettechniek-ronde de multiplicator X1 gebruikt en het
eindresultaat van de acro-ronde de multiplicator X1,5. De zo berekende getallen
worden bij elkaar opgeteld. Het paar met het kleinste totaal gaat voor. Ingeval
van ex aequo wordt voorrang gegeven aan het resultaat van de acro-ronde. Als er
daar ook een ex aequo is, wordt er een herkansingsronde gedanst.
a. Elk Rock 'n Roll amateur-paar start in de voor hun
leeftijden voorgeschreven categorie. De leraar beslist in samenspraak met het
bestuur of paren in een hogere categorie mogen starten of sneller mogen
promoveren.
b. Een Prof paar start in de categorie A of uitzonderlijk,
als de wedstrijdcommissie dit toelaat, in de categorie B.
c. Bij uniseksparen moet er steeds één danser(es) de
herenpas dansen en een danser(es) de damespas.
Als beide dansers al in een hogere categorie hebben gedanst, worden ze hier
niet meer toegelaten
Bij Junioren Debutanten is het voortaan toegestaan om 1 wedstrijd te
proberen zonder een startboekje aan te kopen en zonder licentie te betalen. Als
het paar de intentie heeft om meerdere wedstrijden te dansen, kan het
licentiegeld betalen en mag het een startboekje kopen vanaf de eerste
wedstrijd. Elke danser mag dit slechts 1x proberen. Het is dus alleen voor
paren bestaande uit 2 dansers die nog nooit een BRBF-wedstrijd gedanst hebben.
· Alle figuren mogen zowel door de dame als door de heer
worden uitgevoerd.
· Alle acro's met ononderbroken vloercontact.
·
Alle acro's met
een constante vaste greep:
·
Het hoofd moet
hoger dan de eigen heupen blijven en de heupen lager dan het hoofd van de
partner.
·
Acrobatische
figuren rug aan rug uitgevoerd zijn niet toegelaten.
·
Schommelen tussen
of naast de benen van de partner is niet toegelaten.
·
Alle acro’s
uitgevoerd met een constante greep:
·
De heupen moeten
steeds lager dan het hoofd van de partner blijven.
·
Acrobatische
figuren rug aan rug uitgevoerd zijn niet toegelaten.
·
Schommelen tussen
of naast de benen van de partner is niet toegelaten.
·
Rotaties van meer
dan 180° zijn niet toegelaten.
·
Alle acrobatische
figuren met het hoofd recht boven de heupen en met maximum een halve draai,
zijn toegelaten.
·
Uitzonderlijke
figuren :
·
Verheven
acrobatische figuren (lift). Als het meisje kan opgeheven worden met een greep
en met haar lichaam in verticale positie.
·
Niet over het
hoofd, de schouders of de armen van de partner gaan en ook niet eronderdoor.
·
Definities :
·
Greep:
Ø hand in hand
Ø met één hand rond de pols of arm van de partner
Ø met een hand aan weerskanten van het lichaam van de
partner
Ø Niet rond de nek of rond de benen
·
Vaste greep:
Ø minstens één arm omringd het lichaam van de partner
Ø Niet rond de nek of rond de benen
·
Glijdende greep:
Ø Er kan gegleden worden van de ene vaste greep naar een
andere vaste greep zonder het contact met de partner te verliezen. Dit kan
gebruikt worden bij combinaties en bij uitgangen.
·
Gedurende de
gehele acrobatie moet de greep, de constante greep of de glijdende greep
aangehouden worden tot de landing op de vloer.
·
Combinatie:
Ø Een combinatie is een acrobatie waarbij de greep of
constante greep verandert tussen de figuren of waarbij er een tussentijdse
landing op de vloer plaatsvindt.
Ø Een combinatie is ook een figuur waarbij een acrobatische
figuur tweemaal herhaald wordt. (Uitzonderingen: Teller, spiraal als er niet
van greep gewisseld wordt tussen de herhalingen.
·
Beperkingen van
acrobatische figuren :
·
Pony:
Ø Beperkt in hoogte: De handen van de jongen mogen niet
boven het hoofd van de jongen komen.
·
Zwaan:
Ø Beperkt tot 90°: De voeten of de heupen het meisje mogen
niet boven het hoofd van de jongen komen. De handen van de jongen mogen niet
boven het hoofd van de jongen komen.
·
Flash:
Ø Mag uitgevoerd worden in combinatie, zelfs met een zwaai
die niet vanaf de vloer begint.
·
Teller:
Ø De uitgang hoort bij de figuur zolang er niet van greep
gewisseld wordt.
1ste
voorronde: passenspel: 1.00 min.- 1.15 min. 50 52
acro: 1.30 min. -1.45 min. 48 50
Tussenronden: acro: 1.30
min - 1.45 min 48 50
Finale: passenspel: 1.00 min - 1.15 min 50 52
Tijdens de finales wordt er op eigen
muziek gedanst.
6 acrobatieën uit de lijst B.
1ste voorronde: passenspel: 1.00
min.- 1.15 min. 50 52
acro: 1.30 min. -1.45 min. 48 50
Tussenronden: acro: 1.30
min - 1.45 min 48 50
Finale: passenspel: 1.00 min - 1.15 min 50 52
Tijdens de finales
en de eerst voorronde voettechniek, wordt er op eigen
muziek gedanst.
Ze dansen tussen 1.15 min en 1.45 min op een snelheid van
minstens 46 bpm.
Tijdens de
finales wordt er op eigen muziek gedanst.
Minstens 4
acrobatieën uit alle categorieen.
a. Er moet overwegend de gesprongen basispas gedanst worden.
Deze wordt gekenmerkt door 2 karakteristieken: de kickbeweging en de hop en
slipbeweging.
b. Bij de dansfiguren is er in wezen geen ondersteuning
nodig.
c. Rotaties van meer dan 180° rond de breedte of de diepte
as van het lichaam zijn niet toegelaten. Alleen figuren waarbij geen
ondersteuning van de partner nodig is en figuren met constant bodemcontact met
minstens één voet, mogen
worden uitgevoerd.
d. De eindhouding is een uitzondering op deze laatste regel.
a. Men mag 2 open bewegingen dansen met hooguit 4 maten elk.
b. Onder open beweging verstaat men een beweging waarbij de
partners elkaar niet kunnen raken zonder naar elkaar toe te gaan.
Uitzonderingen
op deze criteria worden per klasse vermeld.
a. Geen der beide partners mogen in de lucht meer dan één
halve draai maken.
b. De voeten van één der partners mogen nooit hoger komen
dan het hoofd van de andere partner.
c. Elke stop op schouderhoogte (staande, zittend, liggend,
knielend) is verboden.
d. Alle figuren waarbij een der beide partners over de
schouderlijn van de andere wegspringt, geheven of geworpen wordt is verboden.
a) De vloercommissaris zal in overleg met de comitéleden
(directiecomité en wedstrijdcomité) beslissen of een nieuwe beweging aanvaard
of geweigerd wordt. Indien de nieuwe beweging aanvaard wordt zal zij
onmiddellijk aan de andere paren van de categorie waarvoor de figuur of acro bestemd
is, getoond worden aan het einde van de eerste wedstrijdronde.
b) Wanneer een acrobatie van een lagere categorie in een
hogere categorie gedanst wordt moet deze als 0 beoordeeld worden. Dit moet door
de vloercommissaris aan de juryleden duidelijk gemaakt worden.
a) Deze accessoiresregels gelden voor alle niet acrobatische
ronden.
b) Alleen hoeden, petten, riemen, pruiken, haarverlengingen
en handschoenen zijn toegelaten. Alle andere accesoires en speciale effecten
zijn verboden.
c) Piercings en juwelen zijn verboden in acrobatische
ronden.
d) Kledij en accesoires, meegenomen op de vloer, mogen niet
weggeworpen worden.
1 Spirale
(1.20)(1.22)
Spiraal
2 Elévation
avec 1/2 tour dame ou un tour garçon
Elevatie (halve
draai dame of heer)
3 Elévation
de dos
Rugelevatie
4 Elévation avec séparation lancée
Elevatie 1/2 draai uitgeworpen (één hand vast)
5 Assis genoux de l'avant ou de l'arrière
Kniezit voor of achter
6 Tour de hanche balancé
Rugzwaai
7 Elévation à deux mains
Hocke
8 Glissade avec ou sans variation
Glissade met al zijn variaties
9 La balançoire
Weegschaal
10 Le cygne (mais pas de finale en bougie-
environ 45)
Zwaan (geen kaars- ongeveer 45)
11 Gretchel
Heupzit
(Gretchel)
12 Assis hanche droite ou gauche
Dijlig enkel (links of rechts)
13 La femme morte et variantes
Dode vrouw met al zijn variaties
14 Le petit avion
Raket
15 Polasso (Hurk élévation)
Hurkelevatie
16 Poisson simple mains au sol
Vis (beide handen op de grond)
17 Le cochon pendu
Varken
18 Saut de mouton
Kleine
boksprong
19 Pony
20 Hop avec contact au sol
Benentrek met bodemcontact
21 Le grätsch
Grätsche
22 Teller (min
3x)
Alle "Junior" en "D" akro's, ook
gecombineerd.
1 berliner (max 2x)
Er zijn geen vrije draaifiguren om de breedte-as (salto’s) toegelaten. Er
moet minstens een handgreep zijn.
Duiksprongen vanuit Bettarini of uit de hand zijn niet toegelaten.
De 3 A
draaifiguren. (kogel, dulain en propeller)
1 La Crêpe
Kruisworp
2 Memminger
3 Landshut
4 Köpper
5 Elvis
6 Klapmesser
Klapmes
7 Kinwurf
Rugkinworp
8 Patate (et toutes ses variations)
Patat met al zijn variaties
9 Fromage
Rolmops
10 Au- dessus du corps (et toutes ses
variations)
Haasje over met al zijn variaties
11 Roue sur le dos
Rugrad
12 Dos à dos
Rug
aan rug
13 Le déroulé arrière
Schouderrol met al zijn variaties
14 La ceinture (à l'endroit et à l'envers) (min
3x)
Ceintuur
(min 3x)
15 Parapluie (et toutes ses variations)
Paraplu, Wintertür met al zijn variaties
16 La bougie
Kaars
17 La boule avec demi- tour (dans ses
différentes réalisations)
Voetsalto met 1/2 draai en al zijn variaties
18 Le sac à dos
Rugzak
19 Le mollet (dans ses différentes
réalisations)
Mollet (Kuitsprong met al zijn variaties)
20 La glissade, tonneau (dans ses différentes
réalisations)
Handentrek (Schuiver met al zijn variaties)
21 Le plongeon facial ( position assise sur les
bras)
Plongeon voorwaarts (van uit armzit positie)
22 Delta
24 Entrée des saltos et bétarinis
Ingang salto's met
maximaal 1/2 verticale draai
25 Hanches- plongeon et bougie- plongeon
Heupzit- plongeon en Kaars- plongeon
26 Berliner (min
3x)
Een acro mag niet meer dan 2 vrije
draaibewegingen om de breedte as bevatten. Een dubbele salto mag niet gedanst
worden in combinatie met andere acrobatische elementen en mag alleen vertrekken
vanuit de handen of vanuit Bettarini.